top of page

Kritiek op de landbouw maar veel contact met boeren


In recente LinkedIn-discussies heb ik kritiek op de landbouwsector geuit. Daarop kreeg ik als verwijt dat ik geen waardering voor boeren heb en hen niet ken.

 

Zeker, ik vind dat voor de landbouw het verkleinen en schoner produceren sneller moet gebeuren. Maar ik heb ook waardering voor het boerenbedrijf en leerde als kind en later als antropoloog veel boeren en dienstverleners persoonlijk kennen. Hierbij de verhalen.

 

Vier boerderijen waar ik vroegtijdig kennis mee maakte lagen in de Haarlemmermeer.


Haarlemmermeer


De eerste boerderij heette Alida’s Hoeve (foto). Dat was 75 jaar geleden. Ze hadden melkvee en kippen. We zaten gezellig met weduwe in de opkamer en zij vertelde van alles over haar kinderen. Een zoon was akkerbouwer in Noord Frankrijk. Die had ze nog niet terug gezien.

 

Drie andere zoons werden melkboer, in de omliggende dorpen. Sommige van hun kinderen zie ik bijna dagelijks in het dorp en ik heb over hen gepubliceerd.



In onze familie was een echtpaar met een akkerbouwbedrijf in Lynden. Ze verkochten uiteindelijk hun land voor veel geld aan de overheid vanwege de uitbreiding van Schiphol. Ze hebben er een mooi huis in de villawijk van Bennebroek van gekocht.

 

Een pachter in Nieuw Vennep, met een ander akkerbouwbedrijf, kende ik via de eigenaar. De boer ging er paarden bij fokken. De gezinnen van de eigenaar en de boer waren bevriend. Tijdens de oorlog hebben ze veel voor elkaar betekend. Ik ben een keer bij de boer op bezoek geweest. Hele aardige mensen.

 

Omdat direct contact met mensen een kenmerkende methode voor antropologen is, vroeg ik aan een bevriende zaadveredelaar mij te introduceren bij een grote boerderij. Hij legde contact voor mij met een akkerbouwbedrijf in Nieuw Vennep.

 

Daar was ik onder de indruk van de enorme hal met opslagruimte en uitklapbare aanhangers om mee over het land te rijden. De kast met bestrijdingsmiddelen en doodskop op de deur bleef hermetisch gesloten. “Te gevaarlijk om open te doen.”

 

Met de wijze vader zat ik aan zijn oude bureau en vroeg naar financiële zaken als verzekeringen,  belastingen en herinvesteren, tot ie verlegen zei dat ik hem wel erg het hemd van het lijf vroeg.


Hij dreef de boerderij met alleen zijn twee zoons. De ene zoon had een HBO-opleiding biologie voltooid. Hij legde uit wat microleven in de bodem was en hoe wisselbouw hielp om ziektes te voorkomen. De andere zoon had een HBO-diploma economie op zak en vertelde mij over marktwerking en het subsidiebeleid in Brussel waar hij zich mee bezighield.

 

Aan de keukentafel hadden we het over opslaan van oogsten in de enorme loods, het zoeken naar goede verkoopmogelijkheden en hoe de algemene economie draait op vertrouwen en wantrouwen.

 

Toen ik later voor werk in India was, hebben we nog per brief gecorrespondeerd en hoorde ik dat de vader in een bejaardentehuis was gaan wonen.

 

Bollenstreek


Toen we op een stil laantje in Vogelenzang met een paar voetballers schijnbewegingen oefende, stapte de boer uit het weiland en voegde ons toe: “Heb je daar weleens meer last van?”

 

Hij was veehouder en fruitkweker en stond bekend om zijn vijandigheid. Het liep een keer echt uit de hand. Hij sloeg een klasgenoot van mij op de lagere school bont en blauw toen hij die in de boomgaard betrapte.

 

Er is aangifte gedaan. Zeker, je hoort geen appels te stelen maar dit geweld was buiten proportie en is bestraft.

 

In Bennebroek, mijn geboortedorp, was je omringd door bollenkwekers die ook druk waren om mensen weg te houden. Vooral toeristen zijn een last. Die stappen voor foto’s de bloeiende velden in.

 

Het is een wereldwijde zorg voor boeren om hun gewassen en dieren tegen indringers te beschermen. Deze dagelijkse zorg kan de oorzaak zijn van wantrouwen tegen de buitenwereld.

 

Maar uit onderzoek blijkt dat het ingewikkelder ligt. Een andere oorzaak is de eeuwenlange uitbuiting van boeren door de grote eigenaren of regeringen. Ook het wonen op tamelijk geïsoleerde boerderijen en de sterke zelfvoorziening kunnen bijdragen aan het wantrouwen.

 

Heel wat buren van ons werkten in de bollen, als werknemer of ondernemer, of beide. Ik leerde al snel dat je meer verdient met exporteren dan met kweken. Om bollen in de winter te verkopen reisde de buurman rechts van ons naar Zweden en de buurman links naar Amerika. Het legde hen geen windeieren.

 

In de loop van de jaren zijn de bollenvelden met steeds meer chemische bestrijdingsmiddelen bespoten geraakt en verdienen de exporteurs hun grote geld met vergiftigen van hun eigen land.

 

Door mijn omgang met de familie Van Waveren kwam te horen over dienstverlenende bedrijfstakken. Tom van Waveren uit Bennebroek was directeur van de Keukenhof, die is uitgegroeid tot een wereldberoemde showtuin. Het zat al in de familie: Toms vader Theodoor (1859-1930) had zijn bollenkwekerij in Hillegom uitgebreid met aanverwante ondernemingen, waaronder een zaadveredelingsbedrijf voor akkerbouwgewassen.

 

Toms broers Tup en Frank zetten dat bedrijf in Duitsland voort. Zij hadden de concurrentieslag verloren met de Hollands Zweedse Zaad Maatschappij (HZZM) die door landbouwminister Mansholt in het zadel was geholpen. De directeur woonde in het gebouw van de HZZM, op de grens van Bennebroek.

 

Het gebouw was neergezet door de vroegere kweker en exporteur van bollen Van Ittersum. Hij zat in het volleybalclubje waar mijn ouders lid van waren. Zo kon ik meeluisteren naar verhalen over de HZZM.

 

In mijn vaders familie kwam landbouwzaken ook veel ter sprake. Mijn grootvader Van der Werff had bedrijf voor aanleg en onderhoud van villatuinen in Bloemendaal en Overveen. In de winterperiode hield hij 10-15 mensen in dienst en in de zomer kwam het uit op 50-60 mensen. Opa was een erkend goede kweker van bloemen en fruit en leidde excursies naar tuinen en exposities in Engeland.

 

In het tweede deel van zijn werkende leven was hij rentmeester van het landgoed Caprera, nu vooral bekend om het openluchttheater daar. Opa onderhield nauw contact met de pachters die boerden op klei en veen in de polders noordoostelijk van Haarlem. In Bloemendaal en Santpoort hoorde de slachtveeboerderij Sinneveld tot het landgoed en kreeg ik daar contact met de familie Sintenie.

 

Gelderland

 

Bij de aanleg van een grote villatuin Remmerstein, tussen Rhenen en Veenendaal, had Opa van der Werff contact met godsdienstige boeren in de Gelderse Vallei. Ik moet rond 8-9 jaar geweest zijn dat we daar logeerde en ik met Opa mee naar de vallei ging. In de winterse kou liepen we de helling af en door slappe grond van de weilanden. Opa maakte praatjes met die en gene pluimveehouder tot we een boerderij binnenstapte. Opa kocht verse eieren voor ons hele gezin en wisselde informatie uit, met mij als nieuwsgierige toehoorder terzijde.

 

Voor mijn onderzoek naar mijn voorouders langs vaderlijke lijn kwam ik uit op hun oorsprong-gebied langs het riviertje de Linge. Daar hadden ze, tussen Leerdam en Gorinchem, gemengde bedrijven met veeteelt, fruitteelt, akkerbouw en visserij. Zij leefden in de typische dijkboerderijen (foto) met een woongedeelte op dijkhoogte en bedrijfsruimten op polderhoogte.


In hun functies als dijkgraaf, waardsman, schout of schepen hadden ze veel met andere boeren te maken. Een collectieve zorg was het jaarlijks wassende water dat ware rampen teweegbracht. De boerengemeenschappen bestreden elkaar om materiaal voor dijkversterkingen dat te schaars was. Zie mijn boek "Schot in de leegte." https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.411918591.html/schot-in-de-leegte/

 

In opdracht van Brussel deed ik onderzoek onder boeren langs de Rijn in Gelderland, tussen Lobith en Arnhem. De vraag was hoe boeren dachten over de aanleg van waterbuffers nu de Rijn steeds hoger zal komen te staan. Ik ben gastvrij ontvangen en de reacties waren constructief. Slechts een veehouder weigerde mij toe te laten. In de omgeving hoorde voorzichtig opperen dat het met gebruik van hormonen te maken kon hebben.

 

Een melkveehouder zag de noodzaak van buffergebieden in. Hij vertrouwde Rijkswaterstaat en hun compensatieregelingen. Op andere punten had hij minder met overheden:

“De streek zit met autowegen, spoorlijnen, kanalen en hoogspanningsdraden. We hebben wat ze noemen infrastructurele eilanden. Als boer moet je hele einden omrijden wil je ergens komen

 

“Van hoogspanningskabels heb je toch geen last?” vroeg ik aan de veehouder.

“Dat dacht je. Als ik daar ‘s morgens met koeien onderdoor loop zie je haren op hun rug overeind komen. Het tast de kwaliteit van de melk aan.”

“Hoe voelt dat voor u?”

“Het tast mij ook aan. Het knaagt aan me. Ik moet oppassen voor een maagzweer, zegt de dokter.”

 

Een gepensioneerd boerenechtpaar woonde tegen de Rijn aan en zag de schepen bijna boven zich langs varen. Ze hadden hun meeste land verkocht. Op het overgebleven stuk stond een witte bungalow met een grote tuin eromheen. Het grasveld was kennelijk voor kinderen ingericht. “Ja, onze kinderen hebben doorgeleerd en wonen in de grote stad. In het weekend komen ze over en de kleinkinderen kunnen hier de hele dag spelen.”

 

“Wat vinden jullie van de hogere waterstanden?”

”Of dat nou met klimaat te maken heeft, weten we niet. De ene professor zegt het water stijgt. De andere professor zegt het water daalt. Maar grotere buffergebieden lijken ons wel nuttig.”


Gepensioneerde machinist


Het gepensioneerde boerenechtpaar dat in Groessen naast een verlaten spoorlijn woonde, was al even gastvrij. Ik moest blijven eten en er kwamen oude foto’s van zolder om een indruk van hun vroegere bedrijf te geven.

 

Zij vertelden ook van de machinist op een oude locomotief. Hij was met het treintje steeds een keer per dag langs gekomen en had genoten van de mooie tuin. Thuis had ie gezworen:

“Als ik ook gepensioneerd ben, ga ik daarnaartoe en vraag of ik in die tuin mag staan. Dat is niet mogelijk zolang ik op de rijdende trein sta.”

 

Na zijn pensioen was hij in de auto gestapt en naar het huis met die mooie tuin gereden. Daar had hij aangebeld, uitgelegd wie hij was en gevraagd of ie even in hun tuin mocht komen. Dat mocht.

 

Hij had daar gestaan en gelopen en het bijna niet geloofd dat ie op de grond stond, de vaste grond waar hij jaren lang met zijn locomotief was langs getuft.

“U heeft mij een onvergetelijke middag bezorgd,” had hij gezegd.

 

Over boeren die ik in het buitenland ken graag een andere keer.

 

 

 

Over boeren die ik in het buitenland ken, graag een andere keer.

 

Commentaires


bottom of page