• peterwerff

Groeiende onzekerheid. Waar komt die vandaan?

Al voor de komst van het coronavirus, waren er wereldwijd gevoelens van angst, onzekerheid en bezorgdheid. Hoe komt dat? Wat is de oorsprong van die gevoelens?

Het beste antwoord dat ik kan geven is gebruik te maken van de term ‘postmodernisering’. Het is een beter woord dan globalisering, mondialisering en verwestersing. Daarover straks meer.

De term postmodernisering verwijst bijvoorbeeld naar het verval van vertrouwde sociale eenheden als dorpen, families, permanent werk, vakbonden, poltieke partijen, nationale grenzen, godsdiensten en traditionele media.

Door dit verval ontstaat een gemis aan houvast in de maatschappij, met toenemende onrust, angst of agressie als gevolg. Het houvast moet nu bij mensen van binnenuit komen.

Maar we zijn daar niet goed op toegerust. In de opvoeding en op scholen is aandacht nodig voor het ontwikkelen van innerlijke stabiliteit en evenwichtig oordeelsvermogen.

Postmodernisering gaat ook over arbeidsdeling die zich vroeger tot steden of landen beperkte, maar nu een wereldwijd karakter krijgt. Productielijnen gaan over nationale grenzen heen. Arbeiders en vakbonden hebben er steeds minder greep op.

Om daar het hoofd aan te bieden, zullen de vakbonden zullen zich wereldwijd moeten organiseren. Maar ze richten zich nog altijd op plaatselijke werkgevers of nationale afspraken.

Een ander voorbeeld van postmodernisering is privatisering. Daarbij verkopen overheden hun bedrijven aan particuliere ondernemers, vaak ten koste van onzekerheid over dienstverlening aan burgers.

Grote bedrijven opereren in verschillende landen. Ze verkopen hun producten internationaal. Ze adverteren met wereldwijd ontwikkelde technieken waarmee ze een uitdijende consumentencultuur creëren. Het overstelpende aanbod schept verwarring en uitputting.

Het uitbuiten van consumenten vraagt om sterk tegenwicht maar consumentenorganisaties krijgen te weinig steun van consumenten en organiseren zich veel minder sterk dan de bedrijven. Op het vlak van internationale samenwerking lopen ze helemaal achter.

Postmodernisering gaat evenzeer over snelle verandering en versnippering van aandacht, met de videoclip als sprekend voorbeeld. Het geeft een snelle opeenvolging van beeldjes met uiteenlopende betekenissen. Het fascineert maar leidt ook tot verslaving en uitputting.

---

Tenslotte iets over de woorden globalisering, mondialisering en verwestersing. Het woord globalisering is misleidend. Globaal betekent algemeen en zegt hier niet veel. Dat het woord toch gangbaar is, komt door de verkeerde vertaling van het Engelse woord globalization dat verwijst wereldwijdheid.

In het Nederlands is het woord mondialisering beter. Het verwijst in onze taal naar wereldwijdheid. En het zijn de wereldwijde ontwikkelingen waarmee we te maken hebben en waar we aan bijdragen.

Verwestersing is een preciezere term. Die gaat niet alleen over wereldwijde veranderingen, maar zegt ook dat die veranderingen plaatsvinden naar westers model. Ze zijn het vervolg op het Europese kolonalisme. Zelfs in een land als China waait een westerse wind.

Deze verwestersing zal nog lang doorgaan. Ook de internationale invloed van China is op westerse leest geschoeid. Als het Westen ooit door China overwoekerd raakt, zal het met westerse wapenen zijn.

De term postmodernisering betreft veranderingen in het westen en in de verwestering van de wereld. Overigens zijn de woorden postmodernisering en postmoderniteit te onderscheiden van begrip postmodernisme. Postmodernisme is een filosofische of artistieke stroming of opvatting. Postmoderniteit is verschijnsel dat zich als zodanig onbedoeld voordoet in de maatschappij. Wil je doorpraten over de postmodernisering, of hoe we het beste in de huidige wereld kunnen opereren? Stuur mij een email peterwerff@gmail.com of neem contact op via mijn website. https://www.petervanderwerff.nl

33 views

Contact:

Dr. P.E. van der Werff

peterwerff@gmail.com

+31652478975

Click here to visit my Facebook page 

for short statements.

 

Click here to visit my LinkedIn page.